Planetoïde mist de Aarde op 370 km!

Een rotsblok van 5 tot 11 m groot scheerde op 13 november langs de Aarde op een hoogte van slechts 370 km.

Op 14 november ontdekten astronomen met de ATLAS-telescoop op Mauna Loa in Hawaii een nieuwe planetoïde. Deze kreeg de aanduiding 2020 VT4. 
Na analyse van de baangegevens bleek het object reeds een dag eerder, op 13 november (vrijdag, de dertiende!-) om 18u20 MET, de aarde genaderd te hebben op slecht 370 km.
Het had toen een magnitude (helderheid) van slechts 17. Dit is zeer lichtzwak, het menselijk oog kan tot magnitude 6 zien! Maar bij de dichtste nadering zou de rotsblok misschien magnitude 7 gehaald kunnen hebben.
De dichtste nadering gebeurde boven het midden van de Zuidelijke Stille Oceaan en had toen een snelheid van iets meer dan 48 000 km/u.  Dit is vanaf de aarde gezien ongeveer 1° per seconde. Ter vergelijking: de maan is aan de hemel 0.5° groot. Dus zou het object, indien vóór de maan, er op een halve seconde over trekken.

Zie hier de baansimulatie.

Na herberekening van de baan bleek het een omloop te hebben van 1.5 jaar om de zon en na de passage bleek de omlooptijd gewijzigd naar 10 maanden, waardoor deze aardscheerder nog wel eens dichtbij zal komen.

Vóór de nadering lag de baan van het object bijna uitsluitend tussen de banen van de Aarde en Mars, met periheliumafstand q = 0.99 AE (Astronomische Eenheden),  apheliumafstand Q = 1.64,  omlooptijd P = 549 dagen. Na de nadering: q = 0.723,  Q = 1.092,  P = 316 dagen. 

Het gebeurt als maar vaker dat we van deze aardscheerders ontdekken en dit omdat heden de technologie om dit te ontdekken ook alsmaar beter wordt. Vroeger zouden we het gewoon niet geweten hebben. In augustus jl. was er ook een aardscheerder ontdekt, maar die bleef op een kleine 3000 km van de aarde.

Ga naar 2020 VT4’s Wikipedia page om deze lijst interactief te bekijken.

De aardscheerder kwam zo dichtbij dat het door de thermosfeer ging (thermosfeer is een van de buitenste ijle lagen van onze atmosfeer) die zich tussen 80 en 700 km hoogte bevindt.
Mocht het nog lager geraakt zijn, tot zo’n 80 à 100 km hoogte, dan zou het uit elkaar breken en verpulverd worden in de atmosfeer. We zouden een spectaculaire meteoor of vuurbol gezien hebben, die zelfs overdag te zien zou zijn.
De laatste keer dat er zo iets gebeurde, was op 15 februari 2013, toen boven de stad Cheljabinsk in Siberië een zeer heldere vuurbol verscheen die uit elkaar spatte en een schokgolf veroorzaakte met honderden lichtgewonden door rondvliegende glasscherven en omver geblazen muren.

De dichte nadering van 370 km ligt in de buurt van de baan van het ISS, maar het ruimtestation bevond zich toen boven Vuurland in Zuid-Amerika, dat was bijna 6000 km verderop. Alhoewel de ruimte heel groot is en de kans klein is, is het niet onmogelijk dat het ISS in botsing kan komen met zo’n aardscheerder. Het ISS is reeds in het verleden in alarmfase rood belandt, omdat er ruimtepuin, dat afkomstig was van afgedankte satellieten of raketonderdelen, heel dicht naderden. Onlangs, op 23 september heeft het ISS haar baanhoogte moeten wijzigen om op veilige afstand te blijven van een oude satelliet die tot 1400 m naderde.

Bronnen:
https://www.minorplanetcenter.net/mpec/K20/K20VF2.html
https://twitter.com/tony873004/status/1327699921462386688
VVS mailinglist